2. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Algemeen

De belangrijkste grondslagen voor waardering en resultaatbepaling worden hierna weergegeven. Deze grondslagen zijn gedurende het huidige en vorige jaar consistent toegepast. Tenzij anders vermeld, worden de activa en de passiva opgenomen tegen nominale waarden.

Schattingen en onzekerheden

De opstelling van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met IFRS vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van de balans en winst-en-verliesrekening. De schattingen en hiermee verbonden veronderstellingen zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden en verschillende andere factoren die gegeven de omstandigheden als redelijk worden beschouwd. De uitkomsten hiervan vormen de basis voor het oordeel over de boekwaarde van de balans die niet op eenvoudige wijze uit andere bronnen blijkt. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen.  

Schattingswijzigingen worden verwerkt in de periode waarin de schatting wordt herzien, indien de herziening alleen voor die periode gevolgen heeft, of in de periode van de herziening en toekomstige perioden, indien de herziening gevolgen heeft voor zowel de huidige als toekomstige perioden. De schattingen hebben met name betrekking op de gereguleerde opbrengsten, de reservering voor het administratieve netverlies, de gebruiksduren van materiële vaste activa, de bijzondere waardeverminderingen van vaste activa en de omvang van voorzieningen.

Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa 

Van bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde van een actief is gelijk aan de hoogste van de verkoopprijs minus verkoopkosten en de bedrijfswaarde. De bedrijfswaarde van een actief wordt bepaald door de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen. 

Deze contante waarde wordt berekend met een disconteringsvoet vóór belastingen waarin de tijdswaarde van geld en de specifieke risico’s van het actief tot uitdrukking komt. Voor activa die niet zelfstandig kasstromen genereren en afhankelijk zijn van de kasstromen van andere activa of groepen van activa, wordt de realiseerbare waarde bepaald voor de kasstroomgenererende eenheid waarvan de betreffende activa deel uitmaken.

Een kasstroomgenererende eenheid is de kleinst identificeerbare groep activa die zelfstandig kasstromen genereert welke grotendeels onafhankelijk zijn van de kasstromen uit andere activa of groepen van activa. Kasstroomgenererende eenheden worden onderscheiden op basis van de economische samenhang tussen activa en het genereren van externe kasstromen en niet op basis van afzonderlijke juridische entiteiten. Goodwill wordt bij eerste vaststelling toegewezen aan één of meerdere kasstroomgenererende eenheden, in overeenstemming met de wijze waarop intern de goodwill door het management wordt beoordeeld.

Op iedere balansdatum wordt beoordeeld of er aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen. Als een dergelijke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde bepaald voor het betreffende actief of de kasstroomgenererende eenheid. Voor goodwill en immateriële vaste activa die nog gebruiksklaar zijn wordt voor elke balansdatum de realiseerbare waarde bepaald.

Als de boekwaarde van aan kasstroomgenererende eenheden toegewezen activa hoger is dan de realiseerbare waarde wordt de boekwaarde tot de realiseerbare waarde teruggebracht. Deze bijzondere waardevermindering wordt ten laste van het resultaat gebracht. Een bijzondere waardevermindering van een kasstroomgenererende eenheid wordt eerst in mindering gebracht op de goodwill die aan de betreffende eenheid (of groepen van eenheden) is toegewezen en vervolgens naar rato in mindering gebracht op de boekwaarde van de overige activa van de betreffende eenheid (of groepen van eenheden).

Een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingverlies kan worden teruggenomen ten gunste van het resultaat als de redenen die daarvoor bestonden niet langer bestaan of zijn veranderd. Een bijzondere waardevermindering wordt slechts teruggenomen tot het bedrag van de oorspronkelijke boekwaarde, verminderd met reguliere afschrijvingen. Bijzondere waardeverminderingen op goodwill worden niet teruggenomen.

Transacties in vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta worden in euro’s omgerekend tegen de wisselkoers op transactiedatum. Aangehouden vreemde valuta, alsmede activa en verplichtingen die ontvangen of betaald worden in vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers per balansdatum. De verschillen die optreden door de omrekening worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening.

Saldering

Actief- en passief posten worden per tegenpartij gesaldeerd indien er sprake is van een contractueel recht tot salderen en er tevens sprake is van de intentie om te salderen. Indien de intentie of daadwerkelijke gesaldeerde afwikkeling ontbreekt, wordt per contract bepaald of er sprake is van een actief- of een passiefpost.

Omzet-en resultaatbepaling

Onder omzet wordt verstaan de gefactureerde en geschatte opbrengst van de in het jaar verrichte diensten onder aftrek van de over de gefactureerde omzet geheven belastingen. Omzet wordt verantwoord wanneer een toename van toekomstige economische voordelen, gerelateerd aan een toename van activa of een afname van passiva, op betrouwbare wijze kan worden gemeten. De omzetverantwoording geschiedt gelijktijdig met de verantwoording van de gerelateerde toename van activa of afname van passiva. Kosten worden verantwoord wanneer een afname van toekomstige economische voordelen, gerelateerd aan een afname van activa of een toename van passiva, op betrouwbare wijze kan worden gemeten. De kostenverantwoording geschiedt gelijktijdig met de verantwoording van de gerelateerde afname van activa of toename van passiva. De kosten zijn gebaseerd op de verkrijgingprijs.
Bedragen die via nacalculatie in tarieven van volgende jaren worden verrekend, worden als omzet verwerkt in het jaar dat het tarief daadwerkelijk wordt gerealiseerd op basis van de verrichte dienstverlening in dat jaar.

Gereguleerde opbrengsten elektriciteit en gas en Meetdiensten

De afrekening van verkopen aan grootverbruikers vindt maandelijks op basis van meterstanden plaats. Voor de levering van deze diensten in de consumentenmarkt worden voor de periode van de jaarafrekening tot aan de balansdatum inschattingen gemaakt voor de nog te factureren omzet in deze periode.

Vanaf 1 januari 2012 is de metermarkt voor kleinverbruikers gesloten en wordt de meterhuur voor elektriciteit en gas verantwoordt door de netbeheerder.

Overige opbrengsten en kosten

De overige opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.

Inkoopkosten energie

Alle inkoopkosten, zowel transportinkoop kosten als kosten voor de compensatie van technische en administratieve netverliezen, worden verantwoord in de periode waarop de kosten betrekking hebben.

Vennootschapsbelasting

Belastingen op het resultaat omvatten de acute belastingen en de mutaties in de uitgestelde belastingen. Deze bedragen worden ten laste van het resultaat gebracht, tenzij het posten betreffen die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen. De acute belastingen betreffen de bedragen die waarschijnlijk verschuldigd en verrekenbaar zijn over het fiscale resultaat van het verslagjaar, berekend op basis van geldende belastingwetgeving en tarieven.  

Belastingen op het resultaat omvatten alle belastingen die zijn gebaseerd op fiscale winsten en verliezen, inclusief belastingen die door dochterondernemingen zijn verschuldigd op uitkeringen aan Stedin. Additionele belastingen op het resultaat voor dividenduitkeringen zijn gelijktijdig verwerkt met de verplichting om het betreffende dividend te betalen.

Stedin maakt deel uit van de fiscale eenheid van Eneco Holding N.V.. De belastingdruk is toegerekend aan de vennootschap alsof deze zelfstandig belastingplichtig is. De vennootschapsbelasting wordt verrekend in rekening courant met Eneco Holding N.V..

Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa betreffen concessies, vergunningen, rechten en softwarelicenties en worden gewaardeerd tegen verkrijgingprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De levensduur van de immateriële vaste activa ligt tussen de 3 en 30 jaar.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden opgenomen tegen verkrijgingprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingverliezen. De verkrijgingprijs omvat de initiële aankoopprijs vermeerderd met alle rechtstreeks toerekenbare kosten. De verkrijgingprijs van activa die in eigen beheer worden vervaardigd bestaat uit kosten van materiaal en diensten, kosten van directe manuren en een passend gedeelte van direct toerekenbare overheadkosten.

Financieringskosten (bouwrente) welke direct toerekenbaar zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerking komend actief, worden conform IAS 23 in de kostprijs opgenomen. Als een actief uit meerdere componenten met onderscheiden gebruiksduren bestaat, worden deze componenten afzonderlijk verantwoord.

Latere uitgaven worden alleen aan de boekwaarde van een actief toegevoegd indien en voor zover daardoor de toestand van het actief is verbeterd ten opzichte van zijn oorspronkelijk geraamde prestatienorm. Revisie, reparatie en onderhoud worden als last genomen in de periode dat de betreffende kosten ontstaan. Componenten van materiële vaste activa die worden vervangen om het middel op de beoogde wijze te kunnen laten presteren worden geactiveerd onder gelijktijdige verwijdering van de boekwaarde van de vervangen componenten.

Afschrijvingen

Afschrijvingen worden ten laste van het resultaat gebracht volgens de lineaire methode op basis van de geschatte gebruiksduur rekening houdend met de geschatte restwaarde. De gebruiksduur en restwaarde worden jaarlijks beoordeeld. Als daarbij het verschil tussen de verwachting en de vorige schatting van enige betekenis is, wordt de desbetreffende waarde bijgesteld en verwerkt als schattingswijziging. Op grond, terreinen en activa in aanbouw wordt niet afgeschreven. De volgende gebruiksduren worden toegepast:

Categorie

Gebruiksduur in jaren

   

 

 

Grond en bedrijfsgebouwen

 

Grond en terreinen

-

Bedrijfsgebouwen

45

 

 

Machines en installaties

 

Transport- en distributiemiddelen elektriciteit

25 - 50

Transport- en distributiemiddelen gas

25 - 40

Transportautomatisering

10

Meters elektriciteit

15 - 30

Meters gas

15 - 20

Overige activa netwerken

10 - 50

 

 

Overige bedrijfsmiddelen

 

Transport- en distributiemiddelen elektriciteit

5 - 25

   

Uitgestelde belastingen

Uitgestelde belastingen worden berekend volgens de balansmethode toegepast op de relevante verschillen die bestaan tussen de boekwaarde en de fiscale waarde van activa en passiva. Uitgestelde belastingen worden gewaardeerd op basis van de belastingtarieven die naar verwachting van kracht zullen zijn wanneer de vordering wordt gerealiseerd of de verplichting wordt afgewikkeld uitgaande van de geldende belastingwetgeving en tarieven. 

Uitgestelde belastingen worden opgenomen tegen nominale waarde. Voor de voorwaartse compensatie van fiscale verliezen en voor de verrekening van ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden wordt een belastingvordering opgenomen indien en voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee de niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden kunnen worden verrekend.

Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden alleen met elkaar gesaldeerd als er een juridisch afdwingbaar recht op verrekening van de belastingvorderingen en -verplichtingen bestaat en de uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen verband houden met belastingen die door dezelfde belastingautoriteit op dezelfde fiscale eenheid worden geheven.

Voor de vennootschapsbelasting maakt Stedin deel uit van de fiscale eenheid van Eneco Holding N.V.. Uitgestelde belastingvorderingen of -verplichtingen zijn daardoor vorderingen op of verplichtingen aan Eneco Holding N.V..

Vaste activa aangehouden voor verkoop

Vaste activa aangehouden voor verkoop en af te stoten bedrijfsactiviteiten worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop zodra de boekwaarde zal worden gerealiseerd door verkoop van de activa en niet door voortgezet gebruik. Deze classificatie vindt alleen plaats als de verkoop van de vaste activa zeer waarschijnlijk is en de activa of activiteiten in hun huidige toestand onmiddellijk beschikbaar zijn voor verkoop. De verkoop zal naar verwachting binnen een jaar zijn afgerond. Activa aangehouden voor verkoop zijn gewaardeerd op boekwaarde of lagere reële waarde verminderd met verkoopkosten.

Vorderingen

Handelsdebiteuren en overige vorderingen zijn vorderingen met een looptijd korter dan één jaar. Deze vorderingen omvatten ook de bedragen die op de balansdatum per saldo nog moeten worden gefactureerd voor geleverde diensten. Vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor bijzondere waardeverminderingen. De reële waarde is gelijk aan de boekwaarde.

Liquide middelen en schulden aan kredietinstellingen

De liquide middelen en schulden aan kredietinstellingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde en staan ter vrije beschikking aan Stedin.

Verplichtingen en eigen vermogen

Financiële verplichtingen en eigen vermogen worden geclassificeerd in overeenstemming met de economische realiteit. Alleen in het geval dat er geen verplichting bestaat tot het doen van een uitkering, wordt een post als eigen vermogen aangemerkt.

Personeelsvoorzieningen

Pensioenen


De pensioenverplichtingen van bijna alle bedrijfsonderdelen zijn ondergebracht bij de bedrijfstakpensioenfondsen: Stichting Pensioenfonds ABP (ABP). De regeling voor flexibele uittreding voor nutsbedrijven is collectief voor de sector ondergebracht bij een verzekeraar. Voor een beperkt aantal medewerkers zijn individuele verzekerde regelingen van toepassing bij verschillende verzekeringsmaatschappijen (toegezegde-bijdrageregelingen).

Bij de regelingen van ABP wordt gestreefd naar een pensioen van 70% van het pensioengevend salaris bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Werknemers hebben de keuze om eerder of later (ABP tussen 60 en 70 jaar) dan de AOW-gerechtigde leeftijd met pensioen te gaan, onder aanpassing van de hoogte van het pensioen. De regeling voor flexibele uittreding wordt afgebouwd en is vervallen voor werknemers geboren na 1949.

Een toegezegde-bijdrageregeling is een regeling waarbij een vaste premie wordt betaald ten gunste van een werknemer zonder enige resterende aanspraak van of verplichting jegens die werknemer. Verplichtingen ten aanzien van bijdragen aan pensioen- en daaraan gerelateerde regelingen op basis van beschikbare premies worden als last verwerkt in de periode waarop deze betrekking hebben.

Een toegezegd-pensioenregeling is een regeling waarbij aan de werknemer een pensioen wordt toegezegd, waarvan de hoogte afhankelijk is van leeftijd, salaris en dienstjaren. Zowel in 2011 als in 2012 kwalificeren de regelingen van ABP en voor flexibele uittreding als toegezegd-pensioenregelingen van meerdere werkgevers. Op grond van deze regelingen bestaat een verplichting waarvan de waarde wordt bepaald door de contante waarde van de in het vooruitzicht gestelde pensioenuitkeringen op de balansdatum verminderd met de reële waarde van fondsbeleggingen, onder verrekening van niet verwerkte actuariële winsten en verliezen en nog niet opgenomen pensioenkosten van verstreken diensttijd. De informatie die nodig is om deze verplichting per aangesloten werkgever te bepalen kan echter niet door ABP en de verzekeraar die de collectieve flexibele uittredingsregeling voor de nutsbedrijven uitvoert worden bepaald, omdat zij niet beschikken over een consistente en betrouwbare basis om fondsbeleggingen en verplichtingen van de regelingen toe te rekenen aan individuele aangesloten werkgevers. Dit vloeit voort uit de aard van de regelingen, omdat deze de aangesloten werkgevers blootstellen aan actuariële risico’s die verband houden met huidige en voormalige werknemers van andere aangesloten werkgevers. Hierdoor kan niet per werkgever worden aangegeven of overschotten of tekorten bestaan. In geval van toekomstige tekorten kunnen pensioenpremies alleen prospectief en binnen een beperkte bandbreedte door de pensioenfondsen worden bijgesteld. De betreffende regelingen zijn daarom verwerkt als toegezegde-bijdrageregelingen.

Overige personeelsvoorzieningen


Er wordt een voorziening opgenomen voor de verplichting bij te dragen in de ziektekostenpremie van gepensioneerde medewerkers. Verder wordt een voorziening opgenomen voor de verplichting bedragen uit te keren bij dienstjubilea en pensionering van medewerkers. Deze verplichtingen worden per rapportagedatum actuarieel berekend volgens de vergoeding/dienstjaren-methode (projected unit credit methode) met een disconteringsvoet voor belasting waarin de actuele marktbeoordeling van de tijdswaarde van geld tot uitdrukking komt.

Overige voorzieningen


Een voorziening wordt opgenomen als een bestaande in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting van een onzekere omvang of met een onzeker tijdstip bestaat door een gebeurtenis in het verleden en waarvan het waarschijnlijk is, dat de afwikkeling zal leiden tot een uitstroom van middelen.

Voorzieningen die binnen een jaar na balansdatum worden afgewikkeld of van beperkt materieel belang zijn worden opgenomen tegen nominale waarde. Overige voorzieningen worden opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitgaven. Bij de bepaling van deze uitgaven wordt rekening gehouden met de specifieke risico’s ten aanzien van de betreffende verplichting. De contante waarde wordt berekend met een disconteringsvoet voor belasting waarin de actuele marktbeoordeling van de tijdswaarde van geld tot uitdrukking komt. Voor de bepaling van de verwachte uitgaven wordt uitgegaan van gedetailleerde plannen om daarmee onzekerheden over de omvang te beperken.

Rentedragende schulden

Rentedragende schulden worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde. Transactiekosten die direct aan deze schulden toewijsbaar zijn, worden hierop in mindering gebracht. Na eerste opname worden rentedragende schulden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode.

Vooruitontvangen bedragen

De vooruitontvangen bedragen worden geamortiseerd over de verwachte levensduur van de betrokken activa. De amortisatie wordt in de winst-en-verliesrekening verantwoord onder overige opbrengsten.

Handelscrediteuren en overige schulden

Handelscrediteuren en overige financiële instrumenten worden opgenomen tegen reële waarde.

Onder de overige schulden worden bedragen opgenomen voor toekomstige betalingen die verband houden met bankgaranties (Letters of Credit) die zijn gesteld aan Amerikaanse investeerders voor de lease-and-leaseback transacties zoals bedoeld in toelichting 30. Deze bedragen zijn bij het aangaan van de transacties afgezonderd van de voordelen en worden opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitgaven. De contante waarde wordt berekend met een disconteringsvoet voor belasting waarin de actuele marktbeoordeling van de tijdswaarde van geld tot uitdrukking komt. 

Disclaimer

Disclaimer

De online versie van het geïntegreerde Jaarverslag is afgeleid van het volledige bij de Kamer van Koophandel gedeponeerde geïntegreerde Jaarverslag. Dit gedeponeerde geïntegreerde Jaarverslag is als PDF te downloaden. Waar de online versie van het geïntegreerde Jaarverslag afwijkt van de PDF versie van het volledige geïntegreerde Jaarverslag, is de laatstgenoemde leidend.